door Hans Marseille
Elke vertaling heeft z’n eigen stijl. De Willibrord-vertaling die we nu lezen geeft vooraf een inleiding bij elk Bijbelboek. Zullen we die nou wel of niet lezen? Daarover verschillen de meningen en daarover wisselen we van gedachten. Sommigen vinden het interessant en prettig om van te voren weten wat ze kunnen verwachten. Anderen vinden het onnodig eerst zogenaamde deskundigen aan het woord te laten. Ze lezen liever meteen de tekst zelf.
wat staat er dan bijvoorbeeld in zo’n inleiding?
Bij het boek Daniël stelt de toelichting dat de profetieën van Daniel geen echte voorspellingen zijn, maar moeten verstaan worden als ‘voorspellingen na de feiten’. Normaal gesproken kun je de toekomst die verder van je af ligt minder goed voorspellen dan de toekomst op korte termijn. Bij Daniél is dat omgekeerd het geval. Hoe verder de toekomst van hem afligt, hoe nauwkeuriger Daniel die beschrijven kan. En wat Daniel zogenaamd zelf zou hebben meegemaakt, de situatie in Babylon, is mogelijk nog onnauwkeuriger en zelfs onjuist beschreven.
Dat is misschien interessant maar maakt ons dat wat uit? Eerlijk gezegd niet. Afgezien van het feit dat bewijzen voor deze stelling dun zijn, is er nog heel iets anders. De informatie draagt niet bij aan het verhaal van Daniël. En dat verhaal is nu juist de reden waarom we het boek lezen. En de inleiding? Die lezen we voor de mensen die het interessant vinden.