Inleiding
De geschiedenis van de Doopsgezinden op Texel begint al ca. 1530. In de Nederlanden bevinden zich dan op vele plaatsen geheime bijbelgroepjes die in hun eigen taal pas verschenen bijbelvertalingen bestuderen. De overheid beschouwde deze groepen als een gevaar en sprak over verderfelijke Lutherije (naar Luther die 15 jaar eerder de fouten in de Katholieke kerk aan de kaak stelde) en vervolgde hen fel. In 1532 vluchtten 10 leden van een bijbelgroep uit Nieuwe Niedorp naar Texel. De grond werd hen te heet onder de voeten. Eén van hen bezat grond op Texel en kende ongetwijfeld leden van een Texelse bijbelgroep, bij wie zij onderdak hebben moeten kunnen vinden.
Januari 1534 (toen nog 1533, omdat het Nieuwe jaar met Goede Vrijdag aanving) werden 12 naar Emden (Oost-Friesland) uitgeweken wederdopers als oudsten gewijd en per boot uitgezonden om in alle Noordzee- en Zuiderzee-provincies de vele bijbelgroepen te bezoeken tot aan het huidige Frans-Vlaanderen toe. Vele honderden werden in dat jaar gedoopt.
Hetzelfde jaar 1534 deden de wederdopers die Munster hadden veroverd, een oproep om de stad te verdedigen. Duizenden trokken over de Zuiderzee, waaronder ruim 30 Texelaars. Bij Genemuiden werden ze tegengehouden en weer teruggestuurd. Tussen 1534 en 1561 werden 11 Texelaars vanwege hun Doopsgezinde geloof gevangen genomen en verbrand, opgehangen, of met het zwaard gedood.
Tussen 1563 en 1582 bezocht Leenaert Bouwens, die samen met Menno Simons en anderen leiding gaf aan de Doopsgezinden, Texel waar hij in totaal 13 personen doopte. In 1566 richtten de Texelse wederdopers zich tot de magistraat met een smeekschrift waarin zij zich verzetten tegen de kinderdoop. Margaretha van Parma beklaagde zich over de bestuurders van Texel die oogluikend de nieuwe godsdienst toelieten

kerk Den Burg
Den Burg
In Den Burg zijn twee Vermaningen van oudsher aan te wijzen, die van de Vlamingen en die van de Friezen. De Vermaning van de Vlamingen stond al voor 1625 aan wat toen nog de Burgwal heette, maar nu de Parkstraat. Op de hoek daarvan waar de doorbraak van de Elemert naar de Groeneplaats werd gerealiseerd, stond deze Vermaning. De oudst bekende voorganger was Simon Fijtsz (verbastering van Vincentiuszoon), die eerst leraar was aan de ‘overkant’ en twee verhalen heeft aangeleverd voor de martelaarsspiegel van Van Bragt. Deze Vermaning met die van de Waterlanders in Den Hoorn, De Waal en Oosterend kwamen reeds in 1672 tot een vorm van samenwerking door gezamenlijk preekschema’s voor de vier liefdeprekers samen te stellen, zodat deze bij toerbeurt de Vermaningen in de dorpen langs gingen en daardoor niet iedere week een nieuwe preek behoefden te maken.
De Vermaning der Friezen bevond zich op het terrein waar nu het Verpleeghuis is aan de Hollewal. Hier stond tot 1625 een brouwerij die in dat jaar in twee delen werd verkocht, behalve de mouterij, waar de diensten plaatsvonden. Een jaar later echter waren de Friezen verhuisd naar de huidige plek achter de Koogerstraat. Deze schuur is tot 1723 gebruikt en vervangen door onze huidige kerk, opgebouwd uit gele steentjes, onder meer betrokken uit de voormalige vermaning de mouterij en de voormalige Vermaning der Friezen in De Waal.
De eerste geschiedschrijver van de Doopsgezinden op Texel, was opsiender Maarten Zuidewind die in 1744 al niet meer goed wist of zijn Vermaning nu tot de Vlamingen of de Waterlanders gerekend moest worden!
In 1772 gingen de vermaningen van De Burg, De Waal en Oosterend samen en ontstond de gemeente Burg-Waal-Oosterend.

kerk De Waal + kosterswoning
De Waal
In De Waal was al omstreeks 1630 een Vermaning in een huis aan het Hogerend. Het is niet bekend tot welke groepering deze vermaning behoorde, waarschijnlijk de Waterlandse. Ook in De Waal vonden we twee groeperingen, de Friezen en de Waterlanders. De Waterlanders hadden hun Vermaning aan wat later het Vermaningspad zou gaan heten, nogal achteraf ten opzichte van de Hogerstraat. Hetzelfde gold voor de Vermaning der Friezen, die stond aan het einde van het perceel waar nu het museum Waelstee zich bevindt, vlakbij de voormalige school. De Friezen zijn al voor 1723 verdwenen, daar de stenen van deze Vermaning werden gebruikt voor de Vermaning der Friezen in Den Burg.
De Vermaning der Waterlanders dateert van omstreeks 1650 en is in 1772 gerestaureerd. In 1842 werd ze nog vergroot met een stolpachtige uitbouw. De kosterswoning met kerkenraadskamer, die er nu nog is, werd in 1871 herbouwd. De Vermaning zelf werd zwaar beschadigd bij de opstand der Georgiërs op 6 april 1945 en is in 1974 verkocht en afgebroken.



Oosterend
Al in 1611 wordt er door een gereformeerd predikant gesproken over Doopsgezinden in Oosterend. Deze plaats kende van oudsher slechts één Vermaning, namelijk die van de Waterlanders. In 1633 koopt opsiender Hendrik Vlaming voor f 800,- het een na laatste huis aan de Peperstraat. Deze Vermaning blijft als zodanig tot 1775 in stand. Dan wordt het er naast liggende huis aangekocht en verschijnt een grotere nieuwe Vermaning. Deze was nodig omdat De Waal en Oosterend de ene week hier en de andere week daar kerkten. Deze Vermaning heeft dienst gedaan tot 1972 en is nu eigendom van de Stichting Hollandse Vermaningen. Tot voor kort vonden hier nog twee diensten per jaar plaats.

Vermaning Den Hoorn
Den Hoorn
Ook hier waren twee richtingen, die van de Waterlanders en die van de Friezen. De plaats van de Friese Vermaning is onbekend. De laatste leden waren al voor 1632 overgegaan naar de Vermaning der Friezen in Den Burg. De oudst bekende locatie van de Waterlanders was aan de zuidzijde van de Herenstraat. Dit huis werd ingeruild voor een iets groter huis, nu aan de noordzijde op de plaats waar we nu hotel-restaurant ‘Bij Jef’ vinden. Dit was in 1633. Daar verbleef men niet lang, want in 1660 betrok men een nieuw gebouwde vermaning aan Diek. In 1672 deed Den Hoorn mee aan het preekrooster voor de vier liefdeprekers, maar men weigerde een preker die zijn broer, die op een oorlogsschip aanmonsterde, niet veroordeelde. Solidair met hun mede-leraar, kwamen toen de andere leraren ook niet meer. Met behulp van leraren uit Barsingerhorn en de Noorder Vermaning van Schermereiland, werd een eigen voorganger opgeleid. Deze gemeente was zeer arm en vroeg en kreeg in de 18e eeuw veelvuldig f 300,- per jaar om een proponent van het seminarie van de gemeente ‘Toren en het Lam’ van Amsterdam, aan te stellen. Opsiender en walvisvaarder Simon Walig, die voor zijn bemanning aan te trekken toch naar Amsterdam ging, nam de subsidie jaarlijks mee. De Waterlandse Vermaning van Den Hoorn is zelfstandig gebleven tot 1949 en heeft zich toen aangesloten bij de Gemeente Burg-Waal-Oosterend. Nu wordt het, na onder meer scheepvaartmuseum te zijn geweest, geëxploiteerd als ruimte voor concerten en tentoonstellingen. Eenmaal per jaar vindt er nog een dienst plaats, te weten met Pinksteren. Deze Vermaning is nog in erfpacht tot 2030 overgedragen aan de burgerlijke gemeente Texel.

gedenkplaat De Koog
De Koog De Koog heeft slechts kort een Doopsgezind kerkje gehad ten behoeve van de toeristen. In december 1955 ging deze Kleine Vermaning open. Elf jaar later werd het gesloten en in 1971 door een particulier verbouwd tot woonhuis

*
De restauratie van de Doopsgezinde kerk in Den Burg in 2025 is mede mogelijk gemaakt door Texelse fondsen: Stichting Samen één Texel, Stichting tot het verlenen van steun aan de Clasina Emelie Gollardsstichting, STIFTexel en TESO.